Restaurant de Librije

Restaurant de Librije

Als ik aan restaurant de Librije in Zwolle denk, denk ik aan olie.

Ik zal het uitleggen..

Ruim een jaar geleden onthulde mijn moeder de familie haar grote verrassing: “Ik neem jullie allemaal mee naar Zwolle om te gaan eten in restaurant de Librije!” Na enkele seconden van vreugde, volgde direct de kritische noot van mijn wijze broer: “Eten is leuk. Maar als je het doet, moet je het goed doen: dan moeten we ook blijven slapen.”

En zo geschiedde: op een herfstige vrijdagmiddag kwamen wij uitgehongerd in het oosten van het land aan om ons over te geven aan een ware culinaire culminatie.
Hoewel het verbazingwekkende menu, het perfect passende wijnarrangement en de feestelijke sfeer genoeg ingrediënten zijn voor een onvergetelijke avond, moet ik toegeven dat het verlengen van het Zwolse avontuur met het slaapfestijn, er bij mij voor heeft gezorgd dat ik me echt een prinses-voor-1dag waande.
Is het nodig om bij binnenkomst een bodempje champagne à 20 euro te drinken? Is het nodig om de afstand van 500 meter naar het hotel en terug af te leggen in een geblindeerde stretched limo? Wellicht niet, maar alles wat nodig is, is saai en dit was alles behalve saai.
Wat ik me toen niet realiseerde, is dat deze avond het begin betekende van een vervolgavontuur in Zwolle. Tijdens het diner was ik namelijk aan de praat geraakt met de grote chef Jonnie Boer. Ik vertelde hem, waarschijnlijk veroorzaakt door mijn enthousiaste deelname aan het wijnarrangement, honderduit over mijn liefde voor koken en eten. Wat hij beantwoorde met het aanbieden van een stageplek in de keuken des keukens!
Ik heb nog altijd het idee dat hij dat tipsy meisje met haar glitterjurk en moeilijk hoge hakken dat aanbod wel kon doen, want wanneer ze morgen uit haar roes zou ontwaken en ze zich zou realiseren dat het zou inhouden dat ze een week lang zou moeten bikkelen zonder rust en mooie nagels, ze er wel  vanaf zou zien. Nou, dan ken je mij nog niet. Niet lang daarna, op een ijskoude maandagochtend, stapte ik restaurant de Librije binnen, via de dienstingang.
Ik zou nu al mijn belevenissen van minuut tot minuut uit de doeken kunnen doen zodat de hele wereld kan lezen wat de stage met mijn liefde voor koken, smaakbeleving, warenkennis, kooktechniek, voeten en frêle handjes heeft gedaan, maar ik vat het in 1 woord samen: olie.
Allereerst omdat dat staat voor de manier waarop dit bedrijf loopt: als een geoliede machine. Ik heb nog nooit een bedrijf van binnen gezien, dat zo geordend is, dat zo gestroomlijnd loopt, waarbinnen iedereen zo ongelooflijk gedreven, loyaal, professioneel is en als eenheid 1 doel voor ogen weet te houden.
De tweede reden waarom ik de Librije associeer met olie staat voor het belangrijkste dat ik  heb overgehouden aan mijn bijzondere week, specifieker: de kerrie-olie.
Een goedje dat daar in veel van de gerechten verwerkt wordt en waarvan ik merkte dat het recept niet zomaar in handen te krijgen was. Gedurende mijn stageweek ontwikkelde ik een recept-ontfutsel-techniek: elke dag vroeg ik een ander: “Goh, wat is dit eigenlijk?” Hoe argelozer, hoe beter.
’s Avonds, als ik uitgeteld thuis kwam, schreef ik snel de ingewonnen info op op mijn Librije-blocnote, voordat de slaap het mijn geheugen uitduwde.
Eenmaal in Amsterdam kon ik niet wachten om mijn hanepoten om te toveren tot een gelijkend geheel. Een paar uur later was ik trots: zo simpel, maar ook zo complex.
Librije’s kerrie-olie by Kee (sorrie Jonnie)
·      1 liter zonnebloemolie (deze is het meest neutraal)
·      2 laurierblaadjes
·      2 tenen knoflook
·      1 grote ui
·      50 gram biologisch spek
·      Roomboter
·      5 eetlepels kerrie
·      Halve duim verse gember, geraspt
·      Gemalen peper
·      Eventueel: steranijs
(hoeveelheden zijn een schatting, ga tijdens de bereiding af op de geur en voeg zo nodig ingrediënten toe)
Bak in roomboter de knoflook en ui op hoog vuur glazig. Voeg de spek toe. Wanneer dit een beetje aangebakken is, voeg je de rest van de ingrediënten toe. Bak dit even door, totdat de geuren goed vrijkomen. Zet dan het vuur laag en voeg de olie toe. Warm dit op tot net onder het kookpunt. Zet erna het vuur af en laat het oliemengsel een dag trekken. Zeef het de volgende dag, giet het in 1 grote fles of in meerdere kleine flesjes en gebruik het te over! Met roerbakken, in de sla, bij gewoon bakken, over de asperges of als dip met brood.
Èn uiteraard gooi je de ‘drab’ die overblijft in de zeef niet weg! Dit is heerlijk bij bijvoorbeeld zuurkool.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.