Groente-aversie in de kiem gesmoord

Groente-aversie in de kiem gesmoord

Groente.
“Groente eet ik niet, ik ben geen konijn.” Aldus mijn vader vroeger.
Dat hij met 4 jonge kinderen aan tafel in pedagogisch opzicht niet heel handig bezig was, moge duidelijk zijn. En maak je geen zorgen er volgt nu ook geen betoog over het feit dat groente zo verbluffend gezond is. En ik zal ik je ook niet bestoken met de verbijsterende aanbeveling om als lunch voor de verandering een keer een voedzame salade van gemarineerde, gegrilde en vooral vergeten groenten in een zweterig Tupperware bakje mee te nemen naar kantoor…
No worries.
Ik wil alleen alle groente-eters, zowel liefhebbers als de plichtsgetrouwe peuzelaars, ergens op wijzen. Een klassieke keukentechniek die alle aversie of onwetendheid ten aanzien van de bereiding, in de kiem moet smoren.
Smoren
1) (voedsel) in een afgesloten pan met wat vocht en vet langzaam gaar laten worden.

De letterlijke uitleg klinkt simpel en dat is het ook. Daarnaast zorgt het ervoor dat de smaak van werkelijk alle groente het best tot zijn recht komt. De enige voorwaarde die er aan kleeft is de volgende: gebruik als vocht enkel en alleen roomboter. En nou niet meteen huiverig worden of het stiekem proberen met een theelepel olijfolie, want dan smaakt het niet. Ik heb je gewaarschuwd.
Dus: neem een willekeurige groente van het seizoen. Denk in december aan: pompoen, pastinaak, venkel, prei, biet, spruitjes, postelein, wortel of paksoi.
Was de groente en snij het in kleine stukjes. Gooi een behoorlijke klont roomboter in de pan en laat dit smelten op middelhoog vuur. (wat is een behoorlijke klont? Denk je dat het iets te veel is? Dan is het goed.)
Zodra de luchtbellen weg zijn, gooi je de groente in de pan. Voeg ruim zout en peper toe en roem om.
Zet het vuur laag en laat dit, met de deksel op de pan, staan totdat het gaar is. Uiteraard verschilt de kooktijd per groentesoort. Doe het op gevoel; roer af en toe om en check met een vork of al proevend of het al gaar is.
Zó puur en zó lekker!

Maar schroom niet om er voor de afwisseling tijdens het smoren smaakversterkers aan toe te voegen. Bijvoorbeeld: ui, kerrie, rozemarijn of tijm.
En last but not least: een restje gesmoorde groente over? Bewaar voor de volgende dag, gooi er dan water en een bouillonblokje bij: klaar is je soep!



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *